over
Reinier den Adel (1950) studeerde aan de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam. Hij studeerde in 1976 af en exposeerde al snel in verschillende galeries, waaronder ’De Vaart’ in Hilversum en ‘Lieve Hemel Stoot Je Hoofd Niet’ in Amsterdam. Den Adel is tot op heden werkzaam als autonoom kunstenaar. Begonnen als beeldhouwer en pottenbakker maakt hij nu vooral keramische tableaus op hout of glas. Hiermee exposeert hij in binnen- en buitenland en werkt hij in opdracht voor particulieren en bedrijven. Daarnaast geeft hij cursussen via de Blauwe Schuit in Hoorn en bij Fluxus in Zaandam.

Tweedimensionaal
Al werd Den Adel aanvankelijk opgeleid als beeldhouwer, hij ging al snel de richting van keramische tableaus op. Tijdens de beeldhouwlessen hoorde hij dat een goed beeld volledig op zichzelf moet kunnen staan en vanuit elke hoek een bepaalde kwaliteit moet hebben, Den Adel voelde echter vanaf het begin al dat zijn werk tegen een muur hoorde te hangen. ‘Misschien ben ik wel gewoon te lui voor driedimensionaal beeldhouwen’, zegt hij zelf. Toch is zijn opleiding als beeldhouwer vooral in zijn vroege werk goed terug te zien. De keramische tableaus uit de beginperiode hebben absoluut een driedimensionaal karakter. Naast de tableaus maakte Den Adel ook veel vazen en potten die hij met glazuur beschilderde. Den Adel vermoedt zelf dat vooral het beschilderen van zijn vazen hem naar het platte vlak heeft getrokken. Zijn liefde voor het beschilderen van keramiek zorgde dat hij op steeds grotere oppervlakten wilde gaan werken.
Keerpunt
Na de Rietveld Academie exposeerde Den Adel in verschillende galeries door heel Nederland. Op een bepaald moment kwam daar tijdelijk een einde aan. Den Adel had, zoals meerdere kunstenaars die in korte tijd vrij succesvol worden, het gevoel dat hij vastzat in het herhalen van wat hij al eerder gedaan had, en voelde dat hij zich niet verder ontwikkelde. Er volgde een periode waarin hij dit gevoel probeerde te doorbreken door handarbeidles te gaan geven op middelbare scholen. Dit bleek niet de oplossing te zijn, alleen al omdat zijn nachtelijk werkritme niet te combineren viel met de schooltijden.
Tegenwoordig
Den Adel stopt met lesgeven op de middelbare school en richt zich weer volledig op zijn werk, met succes. De periode zorgt wel voor een verandering in zijn werk: het is na deze periode nog tweedimensionaler geworden. Hij beschildert echter nog steeds keramiek en zijn werk draagt nog steeds de duidelijke Den Adel signatuur. Nieuw is het werken met glas, waarbij de beschilderde keramiek op een glasplaat gelegd wordt. Dit maakt het zogenaande huwelijk tussen heden en verleden nog sprekender dan het al was.
Betekenis
Over de betekenis van zijn werk praat Den Adel niet. Dat er regelmatig naar gevraagd wordt is niet vreemd: de afbeeldingen zijn nooit eenduidig en de mysterieuze krabbels die Den Adels handelsmerk lijken te zijn maken het er absoluut niet duidelijker op. Het ambigue karakter van zijn werk is echter ook een van de kwaliteiten, en kenmerkend voor zijn werk: voor de een kan hetzelfde werk iets volkomen anders betekenen dan voor de ander, zelfs de sekse van de afgebeelde personen kan soms onderwerp van discussie zijn. Den Adel zal hier in geen geval uitspraak over doen of duidelijkheid over geven. Hij vindt het volstrekt irrelevant wat zijn bedoeling of idee achter zijn werk is geweest, het is aan degene die ernaar kijkt om te bepalen wat hij of zij er in ziet. De enige aanwijzing die Den Adel soms zal geven zit in de titels die sommige van zijn werken dragen, maar: ‘daar vraagt nou nooit iemand naar’.
© S. den Adel
Reinier den Adel (1950) foto: Fons Klappe